Home News Forum Look/Listen Samplesets Compare Requirements Pictures Links Downloads About us

 

 

Content







First Previous 1730 Next Last
Google

1730 Tobias-Heinrich-Gottfried-Trost, Ev.-Luth. Stadtkirche Waltershausen/Thuringen, Germany









  OrganART Media

Site of Sampleset producer about this Sampleset



Historic Baroque
48 kHz, 24-bit, stereo, multiple release samples, separate samples with Tremulant for reeds and Oberwerk
RAM: 16-bit: 3400 MB (with default memory reduction adjustments)
RAM: 16-bit, compressed, single loops: 3100 MB
RAM: 24-bit, compressed, all loops: 6500 MB

53/3+P (keyboards / stops)
License: Not allowed to use it in church, ask permission for publishing recordings.
Released in: 09-2009

On PCorgan forum: 1730 Trost, Waltershausen
On Hauptwerk forum: Trost organ ready for taking pre-orders
On Hauptwerk forum: Which instrument to play Bach?
On Hauptwerk forum: Trost organ live demos Anton Doornhein

Mp3 examples others:
- OrganART Media.
- Contrebombarde.com
 






Impression of Dick Sanderman:
Het Trost-orgel in Waltershausen is het grootste barokorgel in Thuringen, het gebied waar Johann Sebastian Bach en Johann Ludwig Krebs werkzaam waren. In Altenburg staat ook een Trost-orgel, en daarvan weten we dat Bach en Krebs er zelf gespeeld hebben. Dat orgel is echter veel minder goed bewaard gebleven dan het instrument in Waltershausen. Geen wonder dat velen het orgel in Waltershausen nu beschouwen als het ideale orgel voor de muziek van de Thomascantor en zijn beroemde leerling.

Kenmerkend voor de disposities van Trost zijn onder meer de tertsmixturen, maar ook de vele kleurrijke registers als Geigenprincipal, Flauto traverse, Flauto dolce. Vergeleken met de orgels van bijvoorbeeld Schnitger is het aantal achtvoets registers hoog en ligt het accent niet zozeer op kracht en helderheid maar meer op aangename, delicate klanken. 'Gravitat', een woord dat Bach ook graag gebruikte, wordt bereikt middels onder meer drie zestienvoets manuaalregisters, Posaunen van zowel 32 als 16 voet in het pedaal, vijf verschillende labiale zestienvoets pedaalregisters, twaalf verschillende achtvoets labiale manuaalregister, twee Sesquialters en twee Mixturen. Zelfs is een licht zwevende Unda Maris voorhanden, als voorbode van de naderende romantiek. Met 47 stemmen plus 6 transmissies is het een imposant instrument, rijk aan kleuren maar mild van karakter. De rond gebouwde kerk in Waltershausen heeft maar weinig galm. Het orgel moet dus helemaal zichzelf bewijzen, niet geholpen door een akoestiek die eventuele oneffenheden met de mantel der liefde bedekt.

De sampleset die is uitgebracht als deel 14 in de Organ Art Library is, zoals we gewend zijn van Prof. Helmut Maier, van hoge kwaliteit. Mooi fotowerk in het smaakvol verzorgde dvd-doosje, goede informatie over het instrument. De originele manuaalomvang is 4 octaven, C-c3, terwijl het pedaal tot d1 loopt. In de extended versie lopen zowel de manualen als het pedaal tot f. De originele stemming is uiteraard ook aanwezig: Ongelijkzwevend, maar breed inzetbaar. Om de grenzen te verkennen, heb ik het Kleines Harmonisches Labyrinth van Bach opgenomen, een stuk waarin de componist ons alle hoeken van de tonaliteit laat horen. Geen probleem! Op een of andere manier bezorgt deze stemming me wel de associatie met het Duitse Sauerbrot: De muziek krijgt in deze stemming een specifieke smaak, die misschien wel als zuur mag worden getypeerd, maar dan niet als negatief smaakoordeel. Ongelijkmatigheden in de intonatie, een instabiel aansprekende pijp, kleine ontstemmingen, traag aansprekende bassen of een register waarvan enkele tonen bij het aanspreken haast overblazen in het lagere octaaf: Het is allemaal natuurgetrouw vastgelegd. Ook de tremulanten zijn origineel: Er is er een voor de Vox Humana van het Oberwerk en een voor het hele orgel. Prof. Maier paste Multi-loops toe, tot wel 9-voudig.

Door de milde klank en het ontbreken van een verhullende akoestiek leent deze set zich bijzonder voor het studeren van orgelmuziek uit de barokke en klassieke periode. Zelfs Mendelssohn klinkt nog voortreffelijk.

Ik besloot deze set te gebruiken voor het realiseren van een plan dat al heel lang door m'n hoofd speelde: Het opnemen van muziek die in de orgellespraktijk veel wordt gebruikt, zoals de 11 Orgeltrio's van Georg Andreas Sorge en de befaamde 8 Kleine Praeludien und Fugen, waarvan we nog steeds niet zeker weten of ze nou wel of niet van Bach zijn. Als orgelleerlingen een nieuw stuk moeten instuderen, zijn ze vaak blij als ze even een voorbeeld kunnen beluisteren, zodat ze een beeld krijgen hoe het stuk gespeeld zou kunnen worden. Meer pretenties dat het aanreiken van een suggestie "Zo zou het kunnen" hebben deze opnamen beslist niet. De Waltershausen-set bood een veelheid aan mogelijkheden om zelfs die 11 trio's van Sorge heel divers te registreren.

Zodoende is de klankpresentatie van deze fraaie set uitgesplitst in drie blokken: het blok met de 'Acht kleintjes' en het blok met de trio's van Sorge zijn meer bedoeld als muzikale naslagwerken dan als concertprogramma's, terwijl in het eerste blok een gevarieerd programma voorbij komt met Duitse muziek uit de zeventiende, achttiende en vroege negentiende eeuw. De originele toonhoogte is een halve toon hoger dan normaal; voor de twee educatieve blokjes heb ik het orgel teruggezet naar de thans gebruikelijke toonhoogte.

Registreren is kleuren. Welnu, kleuren kun je in Waltershausen naar hartelust. De registers mengen allemaal voortreffelijk. Tongwerken zijn niet luid en kunnen al heel snel worden ingezet. Het strijkende, bijna zagende karakter van de Violon-Bass of Viol d' Gambe, de aparte aanspraak van de Flote Travers, het zijn klanken waar u misschien even aan zult moeten wennen, maar ze zijn wel heel karaktervol. Registratietips hoef ik in dit verband nauwelijks te geven, want je kunt eigenlijk alles met alles combineren. Leuk zijn de beide cymbelsterren, respectievelijk gestemd in C en G. Ik heb ze onder meer gebruikt in het bekende Praeludium IV uit de 'Acht kleintjes', in Bachs 'In dulci jubilo' en in het Praeludium van Lubeck. Volgens sommige kerkelijke voorschriften uit die tijd mochten de cymbelsterren niet zomaar bij elke gelegenheid worden ingezet, maar moest het gebruik ervan zich beperken tot de kerkelijke hoogtijdagen. Met Kerst mocht het, want ook de wijzen uit het Oosten volgden een ster. Bij 'In dulci jubilo' is het dan ook gebruikelijk om de cymbelster -indien aanwezig- te gebruiken. Het gebruik van de cymbelster als extra tinteling bij het afsluiten van een barok praeludium was indertijd een specialiteit van Klaas Bolt, die zelfs bij Reil een mobiele cymbelster bestelde om te gebruiken tijdens concerten op orgels waar deze spielerei niet aanwezig was. Van Bolt komt ook het idee om tussen het preludium en de fuga in d uit de 'Acht kleintjes' het koraal 'Jesu meine Freude' te spelen: Met de eerste regel uit dat koraal eindigt immers het praeludium.

Dick Sanderman, oktober 2010


Mp3 examples, played by Dick Sanderman:


8 'little Preludia und Fuga' of J.S. Bach, played by Dick Sanderman:


11 Orgeltrio's of G.A. Sorge, played by Dick Sanderman:
The original Trio 9 is not completed by 9 Sorge, Dick has completed it: Trio 9 voltooid door Dick Sanderman.









Show big map

 

Copyright (c) 2008 PCorgan.com. All rights reserved. Mail: info@PCorgan.com